Finland, Lapland & Varanger Part 7: Hornøya

Vrijdag 10 juli , Hornøya Island Nature Reserve

De laatste jaren is er een explosie aan mooie natuurseries op de Nederlandse televisie. Vroeger moest je daarvoor zappen richting de BBC. Eén van mijn favoriete programma’s vanaf toen is het programma Springwatch. Vooral de prachtige beelden van zeevogel kolonies blijven indrukwekkend. De interacties tussen de duizenden vogels, de schattige dons jongen en dit alles haarscherp in beeld gebracht zorgde voor mij voor boeiende televisie.
De ‘tv-sterren’ alias papegaaiduikers met hun bijna droevige uitstraling en kleurrijke snavel vol met spiering had ik nog nooit in het echt gezien.

Vandaag kwam daar een einde aan! Een klein stukje ten noorden van Vardø ligt nog een kleiner eilandje; Hornøya. Dit eilandje is één van de dichtstbevolkte gebieden van Noorwegen, met vogels welteverstaan… Vanaf het haventje van Vardø is er vanaf 9:00 de mogelijkheid om met een bootje richting dit vogeleiland te varen. Het is een pendeldienst met een frequentie van circa 2 uur. Voor 350 NOK (=40 euro) per persoon sta je aan de overkant. Voor een vaartochtje van circa 10 minuten is 40 euro per persoon behoorlijk aan de prijs, maar mij zal je ook niet horen zeggen dat Noorwegen goedkoop is.. In de haven van Vardø kom je al goed in de sfeer. Op de kenmerkende Noorse boothuizen zitten drieteenmeeuwen. Op plankjes tegen de rode houten huizen zitten ze met jonge pullen op speciaal gemaakte plankjes. Meeuwen stimuleren om op je ‘huis’ te gaan broeden is in Nederland naar mijn weten nog nooit gebeurd.

Als we de haven uitvaren zien we eerst een aantal zwarte zeekoeten en vervolgens dobberen er honderden zeekoeten en alken als pinguïns op de zee. Aangekomen op het eiland kijken we naar een indrukwekkende rotswand die is afgeladen  met vogels. Het geluid is indrukwekkend: een plezierige mix van drieteenmeeuwen, kuifaalscholvers en zeekoeten. Dat vinden ook twee Limburgse natuurliefhebsters die bij ons op de ‘ferry’ stonden. We kunnen voor het eerst deze reis ons enthousiasme delen in onze moedertaal.

Over het eiland loopt een boardwalk richting een wit vuurtorentje. Als je lekker doorstapt ben je er binnen 30 minuten uitgewandeld, maar daar is het nou niet bepaald het eiland voor. Het is hier meer een kwestie van slenteren, genieten en fotograferen. De kolonie is goedgevuld. Er broeden bijna 50.000 paar vogels op dit deel van Hornøya. In 2011 waren zeekoet, papegaaiduiker (10.000 paar) en drieteenmeeuw (9000 paar) het best vertegenwoordigd. Aangezien wij in juli op dit eiland zijn, zitten veel vogels met jonge op het nest. In de kolonie drieteenmeeuwen zitten zelfs al enkele bijna vliegvlugge jonge te piepen. Ze schijnen regelmatig bezoek te krijgen van een giervalk….

Heel dicht langs het pad zitten kuifaalscholvers. Echt een vogel van een zeevogelkolonie als Hornøya. Op het eiland broeden ongeveer 900 paartjes. Kuifaalscholvers broeden op de Britse Eilanden en in 2013 is er zelfs een broedgeval in Nederland ontdekt. In de winter zie ik ze dan ook regelmatig bij de Neeltje Jans of bij de blokkendam van de Maasvlakte. Erg leuk om deze gitzwarte vogels in broedkleed te zien, met hun bijzondere groene ogen en markante zwarte kuif. De kuif is overigens niet altijd goed zichtbaar.

Aan de zuidkant van het eiland is het ook opletten geblazen voor de zeldzaamste broedvogel in de kolonie. Op  de vogelklif zitten namelijk enkele 100-den dikbekzeekoeten. Ze zijn vrij gemakkelijk te herkennen aan hun witte en beetje bollig uiterlijk en hebben daarnaast een kortere zwarte snavel met lichte horizontale streep. Om de vogels te vinden is het slechts een kwestie van het checken van de 10.000 gewone zeekoeten en alken. Een enkeling zien we al dobberen op zee, maar ook boven op de rots vinden we een rijtje met dikbekzeekoeten.

Kortbekzeekoet / Thick-billed Murre
Dikbekzeekoet / Thick-billed Murre

Als we via de oostkant de top van het eiland beklimmen zien we even weinig zeevogels. Het ondersteunende hekje langs het pad is gevuld met de zangvogels van het eiland. Oeverpieper, roodkeelpieper en tapuit zitten verdeeld over het blauwe touw. Ik scan de paaltjes en aan het eind van het pad valt mij een vrouwkleed grauwe klauwier op. Leuk! Maar gelukkig besef ik snel dat een grauwe klauwier hier niet ‘zomaar’ leuk is. De soort staat immers bekend als grote insecteneter en niet als arctische broedvogel. Hoezo verdwaald?! Een bizarre waarneming zover boven de poolcirkel. De vogel vliegt weg en ik schiet een bewijsplaatje.

Bij de vuurtoren op de top deel ik de waarneming met de Britse vogelaar Jonny Fisk. Van hem begrijp ik dat deze vogel al enkele weken geleden ontdekt is.  Jonny Fisk assisteert tijdens ons bezoek de BBC die ( hoe toevallig) opnames aan het maken zijn voor een nieuwe serie. Misschien wel voor Springwatch?

Boven op de top is het een komen en gaan van papegaaiduikers. Rondom het eiland cirkelen hongerige kleine jagers. We boffen met het weer, want we krijgen alle soorten licht in een uur. We krijgen zelfs een regenboog cadeau..! De tijd vliegt voorbij. We vermaken ons met voorbij vliegende zeekoeten en knuffelende alken. Sommige letterlijk op aaiafstand. Ik noem me zelf geen fotograaf, maar zo misdroeg ik me voor even wel. De interacties, de vliegbeeldjes waren bijna verslavend en leverde in korte tijd deze plaatjes op.

Advertenties

Finland, Lapland & Varanger Part 6 : Varangerfjord

Woensdag 8 juli Nesseby – Vardø – Kiberg – Vardø

Rond 13 uur zien we bij Varangerbotn het fantastische Varangerfjord verschijnen. Heerlijk om na al die dagen taigabossen en veen  een ruige kuststrook en de horizon te zien. Het beviel prima in Fins-Lapland, maar deze gedaanteverwisseling van het landschap was ik wel even aan toe. Het is ‘hoogzomer’ maar alles staat in bloei, oogt fris en het is zowaar helder weer met een enkele bloemkoolwolk.

Varangerfjord is het meest oostelijk gelegen fjord van Noorwegen in de provincie Finnmark. Het fjord is ongeveer 100 kilometer lang en bij de monding ( ter hoogte van Kiberg) ongeveer 70 kilometer breed. Voor vogelaars (natuurliefhebbers) is Varangerfjord één van de mooiste bestemmingen van Europa. In de winter (ongeschikt voor koukleumen) zitten de havens rammetje vol met de mooiste eenden uit ieders vogelboek. Stellers eidereend, koningseider en ijseenden verblijven dan in de diverse havens rondom het fjord. In de zomer is de afwisseling tussen hele zeldzame soorten voor het ‘vasteland’ van Noord-Europa en zomerkleed broedvogels die wij kennen uit de trektijd en winter bijzonder aantrekkelijk.

Onze eerste stop is bij het kerktorentje van Nesseby. Een prachtige plek voor zeevogels ( bij aanlandige wind) en een poel die goed zou moeten zijn voor grauwe franjepoten. In korte tijd zien we grote jager, grauwe ganzen, grote zee-eenden en roodkeelpiepers.  Het is werkelijk fantastisch helder weer, maar er staat een venijnig windje waardoor de gevoelstemperatuur beduidend lager ligt.

We rijden door en maken een stop bij Vestre Jakobselv Camping om daar twee nachten te reserveren voor later in de week. Het blijkt ( gezien de grote afstanden) verstandiger om vanuit verschillende locaties het fjord en de hoogvlaktes te verkennen.

Het vervolg van de weg naar Vardø is fantastisch. We zien verschillende biddende ruigpootbuizerds en de nodige zeearenden. Tussen Kiberg en Vardø eiland passeren we een poel met een viertal onrustige grauwe franjepoten. Via een circa 3 kilometer lange tunnel komen we aan op Vardo.

Vardø Island
Vardø Island

We slapen de komende twee nachten in Skagen Bo bij de gastvrije en zeer vriendelijke Noorse Laila en Svein Borgersen. We delen keuken en sanitaire voorzieningen met een gezin uit Zwitserland en een jong Fins stel. De tuin delen we dan weer met een roodkeelpieper.

Roodkeelpieper / Red-throated pipit
Roodkeelpieper / Red-throated pipit
Zeearend / White-tailed Eagle
Zeearend / White-tailed Eagle

In de namiddag besluiten we nog een rondje te maken. Het is immers zonnig en dat is bijzonder in deze regio. We rijden eerst naar de haven van Vardø en zien net de veerboot vertrekken. In de haven broeden overal drietteenmeeuwen tegen de gekleurde Noorse boothuizen. Een leuk gezicht. Vanaf de wal zien we verschillende zwarte zeekoeten en een ijseend dobberen en probeer ik de schitterende noordse sterns te fotograferen.

Noordse Stern / Arctic tern
Noordse Stern / Arctic tern

Vervolgens gaan we richting de haven van Kiberg. Onderweg zien we diverse kleine jagers in fantastische kleden. Ze zitten soms dichtbij de weg en het licht is fenomenaal. In de verte zien we een jagende velduil.  In de haven van Kiberg is het een kwestie van ‘scopen’. Vanaf een strekdam zien we bijna 20 ijseenden en 12 zwarte zeekoeten. Over zee vliegen diverse alken, zeekoeten en papegaaiduikers. Op wat grotere afstand ‘keilen’ jan-van-genten en kleine jagers.

We rijden richting een baai waar we op de heenweg heel veel eenden zagen drijven. Via landweggetjes komen we tot bijna op strand. De auto functioneert prima als windscherm als ik de telescoop op de grote groep eenden richt. Ruim 40 ijseenden, bijna 300 grote zaagbekken, honderden eidereenden en een nieuwe soort! Op vrij grote afstand ontdek ik een klein eendje met witte randen aan de flank. Een vrouw stellers eider. Het is een nieuwe, maar ik zou toch eigenlijk nog een keer terug moeten om een mannetje stellers eider prachtkleed te zien. David Gosney maakt in zijn dvd: ‘Finding birds in Lapland’ de meesterlijke vergelijking met Keith de zanger van de Prodigy.

Laat in de avond begin ik de vermoeidheid ( al 20 uur wakker) te voelen en eten we wat tegen 22.00 uur. Daarna is er de middernachtzon!  Het is een schitterende nacht en de 8° is voor sommige inwoners genoeg om in korte broek , rok of zelfs bikini in de tuin plaats te nemen en dat terwijl wij onze winterjas nog een keer goed vast ritsen.

Donderdag 9 juli, Vardø – Sandfjord – Hammingberg 

Het is moeilijk om tijdens goede weersomstandigheden keuzes te maken. Gezien de weersvoorspelling proberen we na de lange dag van gisteren toch op tijd te vertrekken. In de ochtend zou het redelijk weer zijn en in de middag zou het vertrouwde grauwe beeld weer terugkeren. Omstreeks 7 uur ontbijten we en zetten we koers richting de mooie route naar het verlaten dorpje Hamningberg.

Als we uit de tunnel rijden verrichten we een steengoede waarneming. Boven in een telefoonmast zit een heuse giervalk. In eerste instantie maak ik een bewijsplaatje van de vogel vanuit de auto, maar de vogel staat zelfs toe dat ik uitstap en de afstand tussen mij en de vogel verklein. De giervalk is een broedvogel in dit deel van Noorwegen, maar goed gaat het allerminst met de soort. Veel nesten van deze valkachtige worden leeg geroofd door mensen die deze vogels voor de handel vermarkten. De nesten die ik kende in Noorwegen waren inderdaad allemaal verlaten. De soort wordt helaas steeds zeldzamer. Giervalken jagen in deze tijd van het jaar op de grote zeevogelkolonies van Ekkeroy en Hornøya. Daar hobbelen nu namelijk donzige vleugelloze kuikens van zeekoeten, alken en drieteenmeeuwen rond. Na enige minuten verdwijnt de vogel dan ook met hoge snelheid richting het eilandje Hornøya.

Het begin van de weg gaat over een hoogvlakte vol toendravegetatie. Tijdens stops horen we een strandleeuwerik zingen en in de berm zit een fantastisch zomerkleed ijsgors. In Nederland moeten we het meestal doen met vogels in winterkleed en nog veel vaker met een droog rateltje en een stipje in de lucht. Op de plasjes dobberen paartjes roodkeelduiker.

De smalle weg begint wat te slingeren en het landschap wordt ruiger en ruiger. Op de hoge rotskusten zit af en toe een zeearend. Vanaf de weg kijk je over de ijskoude Barentszee. Een telescoop is hier onmisbaar om de grote groepen eidereenden te bekijken. Bij de zoveelste groep ‘eiders’ is het raak. Een prachtige zomerkleed koningseider trekt de aandacht. Lijkt een stellers eider in prachtkleed het meest op Keith van de Prodigy, deze vogel heeft toch het meeste weg van een clown..Ik tel in een groep van circa 200 eiders minimaal 3 koningeiders. Gedurende de dag zien we bijna 20 (!) van deze ‘clowns’ in verschillende groepen eiders. De grootste groep bestaat uit veertien vogels. Bij deze groepen zien we ook veel ijseenden, zwarte zeekoeten, zwarte zee-eenden en grote zaagbekken.

Een vijftal kilometers voor Hamningberg stoppen we bij de, uit zandduinen bestaande, baai van Sandjord. Voor de kust zien we een flinke grijze zeehond en in de lage wilgjes langs de rivier zingen fitis en roodsterblauwborst. Een alarmerende temmincks strandloper bewaakt zijn territorium en er grazen wat rendieren. Een aantal oeverzwaluwen vliegen rond. Dat verwacht je ook niet in deze koude uithoek van Europa.

Voor de tweede keer zien we overtuigende witstuitbarmsijzen. De weg is heerlijk rustig, maar precies als ik een foto wil maken van een sneeuwwitte witstuitbarmsijs passeert er een camper..grrrom.

Witstuitbarmsijs / Arctic Redpoll
Witstuitbarmsijs / Arctic Redpoll
Rendier
Rendier

Het laatste stukje van de rit richting het eindpunt gaat door ‘arctisch maanlandschap’ en opeens doemen kleine gekleurde huisjes op. Het verlaten vissersdorpje Hamningberg. Vroeger leefde hier nog traditionele vissers en het dorp is ook na de Tweede wereldoorlog onaangetast gebleven. Tegenwoordig hebben de woningen een recreatieve functie en dienen als vakantiehuisje.

Bij de pier zetten we de telescoop op. Regelmatig scheren noordse stormvogels voorbij en horen we barmsijzen roepen. Het duurt niet lang voordat ik een prachtige groepje van drie geelsnavelduikers in beeld krijg. Het zijn enorme bakbeesten met een gele ‘bananensnavel’. Door de golven is het af en toe lastig de vogels weer terug te vinden. Niet veel later valt mijn oog op een geelsnavelduiker in prachtig zomerkleed. Wat een mooie tekening heeft dit exemplaar, door die gitzwarte kop en hals, steekt de gele snavel lekker af. Ik houdt mijn telefoon tegen de telescoop en probeer een filmpje te maken van deze vogel. Uiteindelijk zien we zeven verschillende exemplaren.

De tijd tikt door als we terugrijden richting Vardø. Op de terugweg zien we nog een onvolwassen grote burgemeester voorbij vliegen en zien een schuw mannetje sneeuwgors. Voldaan zitten we s ‘avonds te peuzelen aan de gigantische scharen van een vers gevangen ‘Kingcrab’ verzorgd door de eigenaar van ons pension. Met een beetje mayonaise, een drupje citroensap en een geroosterde boterham een heerlijk streekproduct.

Finland, Lapland & Varanger Part 5: Haakbekken aan tafel

Woensdag 8 juli , Ivalo – Kiilopää – Neljan Tuulen Tupa – Noorwegen

Om 03.00 uur zit ik alleen in de auto richting het zuiden van Ivalo. De waarneming die ik gisteren had van de alpensneeuwhoen zat me niet lekker en ik wilde die graag upgraden naar een goede waarneming. Om 03.45 liep ik ( bijna) in het zonnetje ,de inmiddels bekende, vlondertrap op bij de Kiilopää heuvel. Het moest allemaal vroeg gebeuren vandaag, want het programma was flink gevuld en de nacht zouden we doorbrengen op de noordelijkste overnachtingslocatie van onze trip : Vardo Island in Noorwegen. Ik spreek met mijzelf af dat ik uiterlijk om 6 uur weer terug rijd naar Ivalo om de spullen in te laden en Cindy op te pikken. Het vlonderpad geloof ik wel en ik struin er eigenwijs naast richting goed-ogend habitat op de top van de berg. Ik stoot ( wellicht) hetzelfde koppel moerassneeuwhoenders op vanaf de grond en niet veel later vliegt er een kleinere redelijk witte alpensneeuwhoen aan me voorbij. Het gaat allemaal een beetje snel en zie niet waar de vogel is gaan landen. Ik slenter nog een eindje rondom de top, maar het hoentje krijg ik niet meer te zien. Geen foto’s dus, vooruit maar..

Nabij de parkeerplaats aan de voet van de heuvel is de familie bruinkopmezen weer aanwezig. Ik besluit, na de uitgebreide fotosessie van gisteren, geen tijd meer te steken in nog meer foto’s van deze soort. Daarnaast is het ook gaan regenen.

Om 7.30 hebben we ontbeten en zetten we koers richting het noorden. Het beloofd een spannende rit te worden, omdat diverse waarnemers aangaven dat het boven Ivalo kansrijk was voor sperweruilen. Een leuk taakje tijdens de lange rit naar  Vardø om allerlei toppen van naaldbomen en telefoonlijnen te scannen in de hoop dat er zo’n fantastisch uiltje op zou zitten.

Net boven Ivalo liggen een aantal fantastische meren. Het is windstil weer en een groepje van 3 zomerkleed parelduikers zorgen voor de eerste stop. Voor ‘parelduiker-begrippen’ zwemmen de vogels dichtbij. Ze zwemmen voor de verandering is niet op een kilometer afstand, maar op slechts enkele honderden meters. Ik probeer een plaatje te schieten, maar de vogels drijven steeds verder weg. Door de telescoop zijn ze gelukkig fantastisch te zien.

Parelduiker / Black-throated loon
Parelduiker / Black-throated loon

De volgende stop is bij het beroemde Neljän Tuulen Tupa hotel / restaurant / ‘cafetaria’ . Het is by-far de makkelijkste plek voor een vogel waar ik een beetje een dubbel gevoel bij krijg. Een hele mooie soort die, een aantal jaren geleden, honderden vogelaars richting Groningen trok ( november 2004). Ik heb nog regelmatig spijt, dat ik daar geen dagje voor gespijbeld had toen. Het weekend dat ik wel ‘legaal’ die kant op kon, was het koppel haakbekken helaas vertrokken. Bij voedselschaarste (bijvoorbeeld in Lapland) zakken na de najaarstrek soms haakbekken af naar zuidelijkere gebieden. Ik hoop jaarlijks weer op een herkansing van deze soort in Nederland.

Maar goed, hier zijn we in Finland en daar zitten haakbekken. Best veel, zeggen ze. Maar vindt ze maar eens in die enorm uitgestrekte naaldboomwouden. Het personeel van het cafetaria wil niks aan het toeval overlaten en achter de raampjes van de koffiecorner liggen honderden kilo’s zonnebloempitten. Een enorme groep grote barmsijzen, groenlingen, sijs, keep en een bruinkopmees zitten op het uitgestrooide ‘vogelbuffet’. We bestellen een beetje droge croissant (mogelijk van eergisteren) en een goede kop koffie en nemen plaats aan een tafel , uiteraard naast het raam. In de boom naast  ons zit een hele fraaie rode haakbek. Het is een van de 5 verschillende exemplaren die we te zien krijgen. Het is een ‘makkie’ hier, maar zo’n ‘georganiseerde’  voedertafel is het toch net niet helemaal voor mij. Ik geef mijzelf de opdracht mee om op de terugreis minimaal 1 haakbek in het taigawoud te vinden. Ik probeer door het dubbele glas wat te fotograferen en geniet nog even van deze soort. Ze zijn wel erg stoer!

Een behoorlijk lange rit richting Noorwegen is wat volgt. We besluiten nog even te tanken ( scheelt ruim 40 eurocent per liter) en doen wat inkopen aan de Finse kant van de grens. Tijdens de rit scannen we heel veel sparrentoppen, telefoonlijnen en masten maar een sperweruil treffen we niet. We zitten de komende week in het ‘Dak van Europa’ en hopelijk zien we daar alsnog dit aantrekkelijke uiltje.

Finland, Lapland & Varanger Part 4: Taigabossen, Fjell en hoogveen

Maandag 6 juli , Kuusamo – Ilmakkiaapa Sodankylä Petkula – Tankavaraa – Ivalo

Vandaag staat er een een lange rit van ruim 400 kilometer op het programma. Door diverse ingebouwde stops in de route een gemakkelijk te overbruggen afstand.

Onderweg zien we geen opmerkelijke (vogel) zaken , behalve dan de zoveelste vrouw auerhoen die , met wat jonge kuiken, in het grindbed van de snelweg kiezeltjes verzameld. Ondertussen al vrouw nummer 7 van deze soort. Blijkbaar zijn de mannetje lastiger te vinden in deze tijd van het jaar.

We passeren de poolcirkel en gaan toeristisch op de foto. Het boekje van ‘David Gosney , Finding Birds in Lapland’ kan nu ook zijn nut gaan bewijzen. De eerste plek die we bezoeken is Ilmakkiaapa. Een betrouwbare plek voor baltsende steltklopers. Het tijdstip voor deze activiteit is eigenlijk een beetje waardeloos, want we passeren deze locatie omstreeks 12.30. Toch merken we een breedbekstrandloper , een enkele bonte strandloper, een aantal juveniele kraanvogels en een flinke groep brilduikers op.

De volgende stop is het Nationaal park Urko Nekkonen. Een afwisselend uitgestrekt landschap met hellende hoogvlaktes ( fjells) , meanderende rivieren, mosachtige sparrenbossen en hoogvenen.  Het is het op één na grootste nationaal park van  Finland en heeft een oppervlakte van 2538 km².  Ook hier belanden we weer in een indrukwekkend bezoekerscentrum vol met mooie beelden , fraaie tentoonstellingen en het startpunt van een flink aantal wandelingen. Opnieuw een servicegerichte en trotse medewerkster die ons graag voorziet van informatie.

Gezien het tijdstip( 15.00 uur) besluiten we een korte Nature-Trail van 3 kilometer te lopen. Het is slechts 8 °C en  we verbazen ons over de activiteit van kleine bloedfanatieke steekmugjes. De wandeling gaat via boardwalks door mooi sparrenbos en zou goed moeten zijn voor hoenders en drieteenspecht. Beide soorten treffen wij niet aan. We zien inderdaad vele haksporen van spechten en krabplaatsen van hoenders. Langs het pad zitten enkele bonte vliegenvangers en we ‘scoren’  halverwege de trail een mooie witbandkruisbek!

Bonte Vliegenvanger /  Pied Flycatcher
Bonte Vliegenvanger / Pied Flycatcher

Na de wandeling rijden we door naar onze accommodatie voor de twee volgende nachten. Een budget-technische cabin, maar met een stuk minder luxe als bij ons vorige verblijf in Kuusamo. De locatie is wel mooi, maar het weer ( regen en 6 °C) nodigen niet uit voor een verkenningswandeling op het terrein. We sparen energie voor de volgende dag.

Dinsdag 7 juli , Ivalo – Köysivaara – Kiilopää – Nationaal park Urko Nekkonen

Ondanks het gure weerbeeld vertrekken we om 6 uur richting de omgeving van Saariselka. We besluiten een ‘Gosney’ site te gaan bezoeken. Een plek die beschreven staat als zeer goed oud afwisselend taigabos ( page 10, site 3 – Finding Birds in Lapland) . Het ligt vlakbij het toeristische centrum rondom de Kiilopää heuvel. Halverwege de onverharde zijweg van de E75 zien we een vrouw Auerhoen met kuikens. Na de auerhoen rijden we nog circa 15 kilometer in westelijke richting. We wandelen  een paar kilometers door het bos en horen kruisbekken, zien veel grote barmsijsjes , treffen een regenwulp en horen een koekoek. Het  wordt gelukkig ook droog. Voor de 3e keer deze reis komen twee luid roepende taigagaaien dichterbij. Het hoogtepunt van de wandeling is de ontdekking van een fantastische drieteenspecht. We vinden de vogel door heel zachtjes een geluid te traceren van een hakkende specht. Na enige speurwerk kunnen we de vogel een tijdje goed bekijken. Het is onwijs donker in het bos , maar het lukt me om redelijke foto’s te maken. Ook zien we nog een fraaie taigaboomkruiper. Een soort die we maar één keer zagen tijdens de reis.  Aan het eind van de wandeling weer een Auerhoen ( vrouw nummer tien..) en een overvliegende pestvogel.

Om 10 uur rijden we richting de Kiilopää heuvel. Het is bijna op de tast, want we zien bijna geen hand voor ogen. Miezer en mist bepalen het beeld. Een kop koffie, warme chocolademelk en een cranberry gebakje in het toeristisch centrum geven een energieboost. We klimmen vervolgens het lange vlonderpad op richting de top van de Kiilopää heuvel.

Aan het begin van het pad verrichten we een fantastische waarneming van een paartje moerassneeuwhoenders. Dat ging makkelijk! De vogels laten zich goed benaderen , vooral omdat ze volledig vertrouwen op hun schutkleuren. De onderdelen zijn nog redelijk wit, maar vooral het mannetje is bijna roodbruin in nek , hals en op de bovendelen.

Op de top van de heuvel genieten we van de fantastische roep van goudplevieren , een paartje tapuit en er vliegt  een kleine ‘hoenderachtige’ vogel voor mij op de mist in. Misschien wel een alpensneeuwhoen. Ik besef me dat dit een beetje een flutwaarneming is en hoop op een herkansing. Nadat ik zowat iedere steen boven op de fjell had omgedraaid om te kijken of er een alpensneeuwhoen onder verstopt zat lopen we weer naar beneden. Het vogelen is hier is nog best lastig. Je loopt door het perfecte habitat van een soort ( alpensneeuwhoen, morinelplevier) , maar je weet ook dat het gebied vreselijk groot is.

Aan het begin van de hoogvlakte blijkt dat ik mijn huiswerk goed had gedaan. Een roepende bruinkopmees kondigt een familiegroepje aan van deze nieuwe soort. Het duurde niet lang voordat ik  midden tussen de bruinkopmezen stond . Het is donker weer en de zachtbruine tinten op kop en mantel zijn toch best opvallend. De vogels lijken een langere staart te hebben en tonen een vrij brede zwarte kinvlek. Af en toe hoor ik wat zang van de oudervogels.

In de middag lopen we een 6 kilometer lange trail over de prachtige fjells van het Urko Nekkonen park. Het levert niet heel veel vogels op , maar de kwaliteit is goed. Een jagende ruigpootbuizerd, fantastische barmsijzen naast het pad, paartje roodsterblauwborst en fluitende goudplevieren.

Kiilopää , 6 km Nature-trail
Kiilopää , 6 km Nature-trail

Het is niet veel, maar het zijn allen buitengewoon fraaie soorten. Het is een vrij pittige trail door een diep dal met meanderende rivier, over een hoogvlakte en door een veen terug. De goudplevieren zijn fantastisch en lopen soms pal langs het pad. Ze zijn nog bijna volledig in zomerkleed.

Het laatste stukje loopt door een veen en we staan naast een fantastisch paartje roodsterblauwborsten. In tegenstelling tot ‘onze’ West-Europese witsterblauwborsten hebben deze vogels een roodvormige ster in de blauwe borst. De beide vogels hebben voer in de bek en ze zullen dan ook druk bezig zijn met het voeren van jongen. Ik schiet een paar plaatjes en laat ze snel verder gaan met hun zorgplicht.

Het loopt tegen het eind van de dag als we terugkeren in ons appartementje. Het was genieten in dit deel van Lapland. Een bijkomend voordeel was dat we hier op de terugweg weer een nacht zouden verblijven. Gemiste soorten konden dus in de  herkansing..

Finland, Lapland & Varanger Part 3: Kuusamo!

Vrijdag 3 juli Kuhmo – Kuusamo Vandaag stond er een rit van circa 300 kilometer op het programma naar onze volgende bestemming: Kuusamo. Met hoge verwachtingen rijden we, enigszins vermoeid door de enerverende nacht in de berenhut, richting het noorden. Op de navigatie-apps staan gedurend diverse rode vlaggetjes. Markeringen van recente vogelwaarnemingen gedownload van de Finse afdeling van de website Observado. We zitten blijkbaar nog steeds in de ‘dipflow’ en missen in chronologische volgorde bosgors, dwerggors en een sperweruil-locatie. Met nog ruim een week ‘taigabossen’ en veen op het programma maak ik me maar weinig zorgen. Een beetje werkdruk tijdens de vakantie houd ik wel van. Bij een gigantische supermarkt doen we inkopen voor de komende dagen en we installeren ons om 16.00 uur in een knusse houten boshut. Een aanrader want de hut is van alle gemakken voorzien. Thuis zoek ik bijvoorbeeld nog steeds naar de sauna en nog veel vaker mis ik een vaatwasmachine…

Boshut / Cabin
Boshut / Cabin

In de avond slenter ik nog even naar het nabijgelegen meertje. Ik hoorde al diverse malen het meest indrukwekkende vogelgeluid van Scandinavië. Zingende parelduikers galmend over een immens groot meer. Op ( helaas) grote afstand zie ik een prachtig koppel met parelduikers zwemmen. Volledig in zomerkleed. Wat een schoonheid. Om de zoveel tijd galmt de indrukwekkende roep over de plas. Genieten! Op het vakantieparkje zelf tref ik nog een aantal pestvogels en een koppeltje ( noordse) goudvinken aan.

Zaterdag 4 juli Kuusamo – Livaara NP  

Wekker om 02:30. Op het dak van het huisje zit nog een noordse witstuitlibel in het magere middernachtzonnetje. Het zou mij vast niet vaak meer overkomen dat ik op dit idiote tijdstip een libel zie ‘zonnen’. Een roepende koekoek en een zingende koperwiek begeleiden het verdere opstaan. We verplaatsen ons richting Livaara. Een fraaie beboste heuvel van circa 469 meter hoog met   een wandelpad naar de top. Deze plek is bekend  geworden bij vogelaars door de aanwezigheid van blauwstaarten. Een prachtige zangvogel, die ik tot op heden alleen kende als dwaalgast in Nederland en als overwinteraar in centraal Azië. De weg ernaar toe is spannend. Spannend omdat er de laatste weken regelmatig leuke hoenders zijn waargenomen door andere Nederlandse vogelaars. Hazelhoen en Auerhoen zouden beide regelmatig worden waargenomen vanaf de circa 24 kilometer lange onverharde weg. Wij zien in de verte een hazelhoen overvliegen en er steekt een vos over. Als we op de kleine parkeerplaats aankomen begint het heftig te regenen. We besluiten om even te wachten en we missen opeens de handige app’s buienradar en buienalarm. Na een kleine drie kwartier besluiten we de wandeling te gaan maken. Direct na de brug vliegt er een mannetje korhoen  op die vooral Cindy goed te zien krijgt. De vergelijking met een gans / zwaan wordt terecht gemaakt. Het eerste deel door het veen levert fraaie baltsende watersnippen en bosruiters op. Het pittige vervolg gaat door een oud sparrenbos. Uit eerdere reisverslagen maken we op dat het begin van de wandeling kansrijk is voor dwerguil. We hebben geluk,  al snel zien we een uiltje zo groot als een appel op een zijtak van een spar. Een gekraagde roodstaart alarmeert erop los,  waardoor de vogel gemakkelijk te traceren is. Een fantastische waarneming in de zeikregen. Mijn enige dwerguil ooit zag ik in februari 2008 in het Leenderbos te Noord-Brabant. Heerlijk om deze vogel in de herhaling te zien en om hem op de foto te zetten.

Het is inmiddels 9.00 uur in de ochtend als we de top van de berg bereiken. Direct hoor ik een zingende blauwstaart. We besluiten het gemarkeerde pad te verlaten en via een steile klim de vogel te gaan zoeken. Als het geluid dichterbij komt is het vrij gemakkelijk. De vogel ( helaas een onvolwassen mannetje) zit te zingen in te top van een spar. Op zich best opvallend, omdat eerdere reisverslagen aangaven dat de vogels vooral heel vroeg in de ochtend zingen. De vogel is prima te zien, maar door het grijze weer en hevige regen , is een goede foto wat teveel gevraagd. Aangekomen op de top hoor ik nog een blauwstaart zingen. Ik hoop op een hemelsblauw volwassen mannetje, maar helaas weer een 2e jaars mannetje. De oranje flanken en de blauwe staart zijn redelijk goed te zien en de vogel zit weer bovenin de toppen van de sparren.

Een adult mannetje krijgen we helaas niet te zien. Een tevreden gevoel is wat overheerst en we lopen met hoed inclusief muggengaas naar beneden. Het landschap, het bos en de zingende blauwstaartjes laten ons vergeten dat het regent en dat de steekmug het hier steengoed doet..

Net voor het bruggetje hoor ik een kruisbek roepen die even later plaatsneemt in een spar. Ik krijg de vogel goed door de kijker te zien en de opvallende grote snavel en dikke stierennek moeten wel duiden op de Grote Kruisbek.  Helaas laat de vogel zich maar kort bekijken. Vlakbij de parking wordt het droog. Een waterig zonnetje breekt door en ik hoor een geluid wat ik alleen nog maar van websites en van applicaties kende. Een zingende bosgors.  Ik traceer het geluid en krijg een fantastisch fraai mannetje bosgors in beeld. Wauw! Een lastige soort in deze tijd van het jaar. De vogels hebben immers een zangpiek in april en mei en dat is alweer een tijdje geleden. Zeer voldaan rijden we terug richting Kuusamo. Het weer is behoorlijk opgeknapt. In de middag bezoek ik een aantal plekken in Kuusamo. Cindy blijft voor deze enkele keer bij het huisje. Een soort stadsbos vol met wandelpaden ligt tussen twee meren en aangrenzend tegen het plaatsje Kuusamo. Een plaatselijke run-bike-run zorgt voor rumoer en drukte op de paden. Behangen met camera en kijker loop ik over het parcours en begroet trimmers en fietsers. Ik wilde vanmiddag het liefst afrekenen met taigagaai en dwerggors.  Het bos is uitermate goed voor een aantal taigasoorten en als ik de gebaande paden verlaat tref ik ook al snel een opvliegende hazelhoen ( met kuikens ) aan. Een felle roep vanuit de sparren zet de blik op scherp. Taigagaai! Een tweetal vogels komen luidroepend en nieuwsgierig dichterbij. Ik doe alsof ik broodkruimels strooi en de vogels gaan bijna naar de grond en laten zich tot op enkele meters benaderen. De deelnemers van de run-bike-run kijken me wat verbaasd aan. Ach, ieder zijn hobby toch?

Boven het bos hoor ik een bekender geluid. Alarmerende meeuwen en 2 alarmerende visarenden  vallen een volwassen zeearend aan. Een combinatie die ik de laatste jaren regelmatig tegenkom in de Biesbosch. Beide indrukwekkende roofvogels vissen immers in de zelfde vijver. Hier leven ze samen in overlappende territoria en ik verwacht dat ze dat op korte termijn ook in de zuidwestelijke Hollandse delta doen.

In de avond rijden we nog een flinke ronde door de bossen, langs meren en wandelen korte stukjes door goed ogend bos. Vogeltechnisch levert het weinig op. Op een kaalkapvlakte zien we wel een klapekster en we zien tweemaal een jagende velduil.

Velduil / Short-eared Owl
Velduil / Short-eared Owl

Zondag 5 juli Kuusamo – Valtavaara – Oulanka NP – Livaara NP

Vanochtend uitgeslapen tot circa 6.30 en toen richting een andere mooie berghelling. Ski-liften en bebording voor sneeuwscooters tonen aan dat het hier behoorlijk winters kan zijn in andere jaargetijden. Op de parkeerplaats treffen we twee nieuwsgierige taigagaaien. Ik had deze soort lastiger verwacht tijdens de reis. We lopen via het Karhunkierros pad richting een meertje op Valtavaara berg. Landschappelijk fenomenaal! Helder weer en dus bijna blauwe luchten , tientallen kilometers zicht op een groenblauw landschap en een vlondertrap vol orchideeën.

Ik miste voor heel even niet eens de vogels. Verder dan een mannetje gekraagde roodstaart en wat onrustige groepjes kruisbekken  kwamen we ook niet. Twee Zweedse vogelaars en een groep Spanjaarden vertelde ons  dat ze vanochtend om 04.15 een adult mannetje zingende blauwstaart hadden op deze locatie. Het liep inmiddels tegen 9.00 uur en we achten de kans klein dat we deze nog terug zouden vinden. Bij het unieke meertje op de top ontwaken gezinnen bij een vuurtje die daar deze nacht gekampeerd hadden. Bijna aangeharkt oogt deze ‘vrije overnachtingslocatie’ met mooie toiletvoorziening en bbq – rooster. Zou dit in Nederland ook kunnen op deze manier? Ik heb er stiekem niet zoveel vertrouwen in… Na deze mooie maar weinig productieve wandeling besluiten we het Nationaal park Oulanka te bezoeken. Onderweg stopte we bij een bekende broedlocatie van zwartbuikwaterspreeuwen. Een ruig stromende rivier vol smelt-en regenwater mond hier uit in een meer. Als we via het water de oever bereiken zien we de eerste kakelverse juveniele waterspreeuw al zitten. We schrikken meer van een langwerpig groot zoogdier wat al zwemmend en zich verplaatst via de oever. Uiteraard denken we aan een otter maar als snel zien we er meerdere en moesten we helaas constateren dat het om de exotische Amerikaanse Nerts ging. Een enorme crèche met grote zaagbekken zwemt tegenstrooms voorbij. Een leuk gezicht! We tellen in totaal 5 waterspreeuwen waar onder minimaal 4 juveniele exemplaren.

Grote zaagbek /  Common Merganser
Grote zaagbek / Common Merganser

We zetten koers richting het bezoekerscentrum van Oulanka. Vriendelijke dames achter de balie zijn servicegericht en laten via diverse mooie folders en kaarten zien waar de wandelmogelijkheden te vinden zijn. We hebben wel zin in een mooie trail en besluiten de 6 km Nature-Trail te lopen. Een goede keus! In het begin van de wandeling zit een lichte klim en vanaf de grond vliegt een flinke vrouw auerhoen aan ons voorbij. Even later is het weer raak. We zagen al diverse uitgehakte ovaalvormige gaten in de berkenbomen en hoorde in de verte zacht gehak van een specht. We benaderen het geluid bijna sluipend en vinden een prachtige drieteenspecht! Een target die ik in het begin van de reis in de categorie lastig had geparkeerd. Ik schiet een paar bewijsplaatjes en voldaan vervolgen we de wandeling. Op het verste punt van de trail  hoor ik kruisbekken met een beetje barmsijsachtige roep. Ze gaan heel kort zitten en al snel vallen bij een lichtrood mannetje de twee brede witte banden op.  Overtuigende witbandkruisbekken, vermoedelijk zelfs een familiegroepje. De vogels vliegen helaas snel weg en ik struin nog enkele honderden meters door het bos , de vogels blijken helaas onvindbaar. Bij een waterval zoeken we nog naar wat orchideeën zoals de bijzondere Bosnimf. Ik heb een zoekbeeld in mijn hoofd , maar krijg er geen één te vinden.  Misschien al uitgebloeid?

Oulanka Nationaal Park
Oulanka Nationaal Park

Na de wandeling rijden we nog iets dieper het Nationaal park in tot op circa 1 kilometer van de borderzone met Rusland. Laten we hier maar omkeren.. We zien fraai koppel witkopstaartmezen ( nabij een onopvallend café met vogelvoedertafel )  en tijdens het terugrijden zien we zowel auerhoen ( weer een vrouwtje) en een hazelhoen met hele jonge kuikens. De moedervogel weet zich goed te drukken , maar de jonge kuikens laten zich redelijk fotograferen. Om de vogels niet teveel te verstoren verlaten we snel de plek.

In de avond maak ik nog een rondje in de omgeving wat een fantastische waarneming van een dwerggors oplevert. Zeker twee vogels bevonden zich zingend langs een vrij drukke weg in een vochtig berkenbos langs een meertje. Met het mooie avondlicht steek ik wat tijd in het maken van een foto. De vogels zijn buitengewoon fraai met zo’n warm bruinrode kop in dit zomerkleed.

Op een bosweg passeert nog een ‘ma’ brilduiker met jongen en vliegt een ruigpootuil  over. Qua formaat en kleur moest het deze soort betreffen. Een zoektocht in de bosrand leverde helaas niets meer op.Op diverse kaalkapvlaktes zie ik muizen / lemmingen en ook meerdere malen velduilen in toppen van naaldbomen.

Brilduiker / Common Goldeneye
Brilduiker / Common Goldeneye

Na 3 dagen Kuusamo kunnen we toch wel zeggen dat deze missie behoorlijk geslaagd was! Op naar Ivalo 🙂

Finland, Lapland & Varanger Part 2: Geluk en pech…

Donderdag 2 juli , Oulu – Kuhmo

Uitgeslapen stap ik rond 08:30 richting het douchegebouw op de camping. Een verloren ochtend is het niet, want aankomende nacht verwacht ik weinig tot geen slaap. Via Wild Brown Bear Centre hebben we een observatiehut gehuurd om bruine beren te gaan bewonderen. Deze ( super!) commerciële natuurbelevenis ligt op de grens met Rusland ten noorden van de plaats Kuhmo. Onderweg hebben we verschillende stops in gedachte dus besluiten we op tijd te vertrekken. Een erg spannende stop staat gepland bij de nestlocatie van een Laplanduil. Via Facebook krijg ik contact met Roni Väisänen een Finse vogelaar en ringer van vogels in Finland. Hij is een zeer gedreven vogelaar en ringer van broedvogels in dit land. De mij goed bekende Fabian Meijer was lange tijd in dit land voor zijn studie en had een aantal boeiende uitstapjes met deze vogelaar gemaakt en ringde voor vogelonderzoek o.a. blauwstaart, sperweruil en bosgors.

Ik had de ontmoeting met uilen voor deze reis al uit mijn hoofd gezet , omdat het redelijk laat in het seizoen was. Ik was daarom ook erg verheugd dat ik op Facebook een foto voorbij zag komen van een Laplanduil in broedhouding op een nest half juni. Dit betekende voor mij dat de jonge pullen nog minimaal een maand op het nest zouden verblijven en dat het dus mogelijk was de vogels te gaan zien. De locatie lag gelukkig prima op de route.

Na een flinke logistieke puzzel en wat gebrom van mijn kant over het niet vinden van de locatie bereiken we na 1,5 uur zoeken een kaalkapvlakte. Dit zou de plek moeten zijn…

Ik probeer dwars door de vlakte de bosrand te bereiken en de afgeknakte dennenboom te vinden waar de nestruimte zich zou moeten bevinden. Als ik op een hoger deel van de vlakte kom valt mijn oog op de boom. De boom die ik herkende van de toegezonden foto’s. De verrekijker er op gericht en al snel zijn de ‘donspullen’ zichtbaar. Hebbes!

Laplanduil pullen
Laplanduil pullies / Great Grey Owl chicks

Het is een relatief droog deel van de taigabossen, maar de honderden muggen zijn vol in de aanval. Cindy kruipt de auto in en ik probeer met een behoorlijke snuf  ‘muggenspray’ op grote afstand het geduld op te brengen om een volwassen Laplanduil te zien. Na een half uur houd ik het voor gezien. Ik loop terug naar de auto als pal achter mij een grote grijze verschijning me aankijkt. Een joekel van een  Laplanduil! Wat een apparaat! De vogel flapt , zoals een uil, richting zijn nest en gaat de jongen voeren. Even later neemt de vogel plaats in een spar aan de rand van het bos, voor mij de mogelijkheid om de vogel te fotograferen. Deze soort is voor mij één van de meest indrukwekkende vogelsoorten uit het vogelboek. Een gigantische kop, een mega-hartvormig gezicht en angstaanjagende gele ogen. Op tientallen meters afstand schiet ik een paar bewijsfoto’s.

Laplanduil / Great Grey Owl
Laplanduil / Great Grey Owl

Na deze fantastische ervaring slingeren we via vele onverharde bosweggetjes richting het Wild Brown Bear Centre. We hadden om 16.00 uur een maaltijd gereserveerd. Een prima, maar sober buffetje ging er wel in, zeker omdat we hierna nog 15 uur zonder fatsoenlijke lichamelijke beweging in een observatiehut zouden verblijven. Om 16:45 krijgen we het verzoek om ons naar de hut te verplaatsen. Een Finse jonge knaap loopt voor ons uit en wijst ons een klein bouwsel aan met een 1. Dat was onze hut. De beste volgens velen. We kruipen in de hut en beseffen dat we hier pas 15 uur later weer uit zouden kruipen. We vermaken ons het eerste uur met het doden van mede-hutbewoners. Het gezoem lijkt om 18.00 uur minder te worden, maar als ik mijn camera door een kijkgat richt zoemen de nodige bloeddrinkers weer naar binnen. Vooruit maar..

Toegegeven een fantastische plek. Ik besef alleen nog niet dat ik al een tijdje naar het hoogtepunt van de avond zit te turen. Een hoogveenglanslibel vliegt voor bij de hut en zet eitjes af op het veenpluis in het meertje.

We proberen een geïmproviseerd wisselrooster uit. Af en toe proberen we wat te slapen, maar continu ogen op de omgeving. Het hoogveen vol veenpluis, de bosranden en de rotsen moesten in de gaten gehouden worden. In de omgeving werd het drukker en drukker. Veel Baltische Mantelmeeuwen, een familie brilduiker en een aantal bonte kraaien strijken neer op het uitgestrooide vlees. Af en toe klinkt er paniek in deze groep en schieten we allebei richting de veels te kleine en smalle kijkgaten. We krijgen weinig te zien. Ik probeer mijn camera uit op het bekende beeld. Een dobberende Baltische Mantelmeeuw op de plas en een bonte kraai in het veenpluis. Om 23.00 uur horen we gegrom. Niet eens van mijzelf, maar vanuit het bos…Zou het dan toch gebeuren. Het geluid lijkt dichterbij te komen en het klinkt door merg en been. Een bruine beer 100%. We staren ruim een half uur onafgebroken naar de bosrand maar we zien niets. Het rooster wordt verder uitgevoerd tot diep in de nacht als Cindy opeens een dier in beeld krijgt. Het is bijna niet te zien, want het is enorm gaan regenen. Van middernachtzon is geen sprake, ik mis mijn nachtkijker! We merken op dat het een vos is. Een bijzonderheid op deze plek, maar worden we daar nu vrolijk van…

Om 7.00 uur lopen we gebroken en terneergeslagen via de vlonderpaden en het wandelpad terug naar het centrum. Dippen is zuur…Zeker als de verwachtingen zo hoog gespannen zijn als tijdens deze lange zit. Het hoort er immers bij. Ik ben juist zelf de degene die zo vaak aankondigt dat natuur niet te regisseren is. Wat vermoeid slaan we het ( dure) ontbijt over in het Wild Brown Bear centre en zetten koers richting de ondertussen bekende Laplanduil. Die laat zich vol glorie zien! Het verzacht de pijn van het dippen en ik zeg zachtjes tegen mijzelf dat dit eigenlijk veel stoerder is….

Laplanduil / Great Grey Owl
Laplanduil / Great Grey Owl

Finland, Lapland & Varanger Part 1 : Oulu

Finland, Lapland & Varanger Part 1 : Oulu

Van 29 juni tot en met 14 juli heb ik samen met mijn vriendin Cindy een rondreis gemaakt door Finland en Noorwegen. Gedurende deze twee weken hebben we in totaal 4100 kilometer afgelegd met een huurauto. De huurauto hebben we gehuurd via Sunny Cars en de vliegtickets ( Amsterdam – tussenstop Helsinki- Oulu en Rovaniemi – tussenstop  Helsinki – Amsterdam) via Cheap Tickets.

Speciale dank gaat uit naar diverse personen die ons in de voorbereiding en tijdens de reis hebben voorzien van recente informatie. Daan van Werven, Marnix Jonker, Marius Teeuw, Fabian Meijer, Paul Borgerding, Jurrien van Dijk, Niels Bot , Roni Väisänen ( Laplanduil), Egil Ween en Jonny Fisk.

Verder hebben we veel gebruikt gemaakt van diverse reisverslagen, het super naslagwerk ‘Were to find birds of Lapland , van David Gosney’ , Wild Scandinavië van Ger Meesters en natuurlijk de website Observado.

Dankbaar hebben we ook gebruik gemaakt van de app: maps.me die voor een navigatiesysteem zonder dataverbruik zorgde en zeer gemakkelijk te vullen was met recente waarnemingen.

De route van onze reis was dan ook dagelijks te zien op het beeldscherm van de smartphone. Een ideale manier om gemakkelijk door het land te bewegen en bij de juiste plekken te komen.

De route
Heel belangrijke ‘ APP ‘ gedurende de trip

Maandag 29 juni , aankomst Oulu

Omstreeks 12 uur vertrokken we vanaf luchthaven Schiphol met Finnair richting Helsinki Finland. Het was helder weer en het waddengebied kon tijdens het begin van de vlucht mooi bekeken worden. Vooral Rottumeroog ( mijn noordelijkste bestemming ooit..) was bijzonder goed te zien door het kraakheldere weer. Toen het vliegtuig Scandinavië binnenvloog veranderde het landschap in zachtgroene en donkergroene tinten van bossen, weilanden en meren. Na een vrij lange tussenstop in Helsinki ( 3 uur )  vervolgde we onze reis naar boven. Met een kleiner compact vliegtuig , eveneens van Finnair, werd koers gezet richting Oulu Airport. De grootste stad van Noord-Finland ligt als ‘badplaats’ aan de Botnische Golf. Verwacht geen metropool , ook al is het de 5e stad van Finland. Rond 20.40 kwamen we aan op een druilerig en koel vliegveld. Twintig minuten later stonden we bij onze huurauto en vertrokken richting onze vooraf geboekte camping ‘ Nalli Kari ‘. Het is grijs weer , maar donker zal het deze nacht niet worden. In dit deel van Europa wordt het tussen eind mei en eind juli enkel schemerig rondom middernacht. Zingende koperwieken en kramsvogels verwelkomen ons op de camping en een houtsnip flapt al roepend voorbij.

Dinsdag 30 juni , Oulu – Liminka Bay – Liminganlahti NP

Omstreeks 6.30 gaat de wekker en wandel ik een eerste verkenningsrondje over de camping. Het voelt een beetje als een herfstig dag op een Waddeneiland. Overal zitten kramsvogels en koperwieken en vliegen barmsijsjes over. Leuk om deze ‘Hollandse’ wintervogels in hun broedgebied te zien.

Een rinkelend belletje in de lucht kondigt een overvliegende pestvogel aan. Vanaf het strand scan ik de Botnische Golf. Met mijn verrekijker zie ik in de verte een familiegroepje  wilde zwanen, scholeksters en een aantal brilduikers. Na het ontbijt besluiten we om richting de zuidkant van Oulu te gaan waar zich het Liminganlahti NP bevindt. Een prachtig wetland  nabij de baai van Liminka. Onderweg zien we de eerste kraanvogels van de trip lopen langs de E8.

Liminganlahti is een ondiepe baai met uitgestrekte rietlanden en ondiepe lagunes. Het gebied is 109 km² groot. Het beste startpunt is het bezoekerscentrum. Ook wij beginnen in dit fantastische informatiecentrum . Prachtige foto’s, filmpjes en interactieve educatie tonen het grote belang aan van dit wetland in Scandinavië. Het is oa het enige broedgebied van de grutto van Finland, maar ook het domein van kraanvogels, zeearenden en kemphanen. We maken een eerste wandeling naar de uitkijktoren. Een prachtige ‘boardwalk’ door een veen van wilgjes en berkjes gaat over in open rietland en waterrijke geultjes. Rondom de boardwalk hangen volop nestkasten. We merken op dat ze allemaal bezet zijn door bonte vliegenvangers! Een paradijs voor deze soort, want ook wij ervaren onze eerste muggenaanval van de reis. De muggenspray gaat op als after-shave en de capuchon strak over de hoofden. Tijdens de wandeling zien we grauwe klauwier, pijlstaart met jonge pullen en roodsterblauwborst. Vanaf de uitkijktoren heb je een fantastisch uitzicht over het gebied. Door de telescoop zien we grote groepen nonnetjes, de nodige zeearenden en nabij de toren horen we de kenmerkende roep van de porseleinhoen. Een op afstand foeragerende reuzenstern zorgt voor wat opwinding. Geen alledaagse soort in dit deel van Finland.

In de middag rijden we wat rond in de omgeving en bezoeken we nog een tweetal andere observatiepunten. Het aantal zeearenden dat we zien groeit richting 15. Opvallend is dat de soort hier nauwelijks tot broeden komt. Volgens een medewerker van het bezoekerscentrum heeft het vooral te maken met het ontbreken van geschikte nestbomen. Eerlijkheidshalve valt mij ook op dat het voedselaanbod toch redelijk beperkt is. Uiteraard zijn er watervogels zoals smient, nonnetje en kuifeend. Maar het is slechts een fractie van wat er op een gemiddelde zomerdag in de Biesbosch aanwezig is….Een zeldzame broedvogel hier is bijvoorbeeld de grauwe gans. Vol trots komt hij terug in tentoonstellingen, in de folders, op de website en in het informatiecentrum. De soort heeft hier slechts 200 broedpaar. De zeearenden die we aantreffen zijn voornamelijk jonge vogels. Ze zullen ook wel regelmatig een zoetwatervis nuttigen.

Woensdag 1 juli , bossen Oulu – Liminganlahti NP- strand

Dag drie begint ongekend vroeg. Omdat we kans willen maken op eland en mogelijk hoenders en uilen gaat de wekker om 02:30. De zon schijnt ( het is een heldere nacht). We besluiten in de omgeving van Oulu wat onverharde wegen te gaan afrijden in de hoop tegen wat leuks aan te blunderen. We proberen wat ten oosten van Oulu, onder andere in de omgeving waar enkele weken geleden een nestkast met familie Oeraluil aanwezig was. Het is een fantastisch ochtend. Gelijk valt op dat de vogels niet ‘gratis’ zijn in de uitgestrekte naaldboom bossen. We horen slechts een enkele goudhaan , een matkop ( ondersoort borealis) en vanuit de top van een spar zingt een braamsluiper. Het hoogtepunt van de ochtend is een tweetal waarnemingen van gigantische elanden! De eerste zien we op een kaalkapvlakte middenin bos. De tweede waarneming verrichten we een uurtje later en betreft een moederdier met een kalf. Ik had er al eens één gezien op vreselijk grote afstand in de Biebrza moerassen in Polen, maar deze waarnemingen waren toch een stuk indrukwekkender.

In de loop van de ochtend ( door het vroege opstaan hielden we een flinke dag over..) bezochten we Liminganlahti NP opnieuw. We hadden nog een aantal observatiepunten aan de noordkant van het grote park niet bezocht. Door de hoge waterstanden waren de vlonderpaden echter niet toegankelijk. De muggen waren heftig, maar dat kwam dan weer door het stralende weer wat we vandaag gekregen hadden. We namen het voor lief.

De meest noordelijke uitkijktoren stond aan het rand van het bos. Grote groepen bosruiters vlogen rond en boven ons baltste watersnippen. Een fantastisch uitzicht, windstil weer ,een zonnetje en wat akelig gezoem. Bij de parkeerplaats zagen we ook onze eerste libellen. Voornamelijk noordse witstuitlibellen en enkele viervlekken. Ook zong daar een mannetje roodmus dat zich buitengewoon fraai liet bekijken en fotograferen. Net voor de trip had ik deze soort ook waargenomen in de Biesbosch. Hier zijn ze echter een stukje algemener..

Op de terugrit zagen we nog grote groepen kraanvogels langs de E8 en diverse zijwegen van deze snelweg. Kraanvogels broeden in Liminka maar ook in de nabije omgeving. De vogels foerageren in deze tijd van het jaar vaak op akkers in de omgeving van het moerasgebied. Tijdens de najaarstrek strijken groepen van ruim 30.000 in deze regio neer als voorverzameling voor hun terugreis naar overwinteringsgebied in Spanje. Met oostenwind kunnen we er dan soms een aantal  tegenkomen in Nederland. Wat mij opviel aan de kraanvogels, dat ze ook hier, onwijs schuw waren. Ze liepen continu achterin de akkers, ze waren continu waakzaam en bij het minste of geringste vlogen ze weg.

Kraanvogel / Cranes
Kraanvogel / Common Crane